In april 2010 schreef ik over Flattr, een manier om de makers van artikelen, foto’s en video’s te belonen. Je zette een bedrag opzij voor een maand en klikte op een knop bij werk dat je waardeerde. Aan het einde werd je budget over die waarderingen verdeeld. Het idee was klein per bijdrage, maar concreet voor de maker.
Een andere manier van betalen
Flattr probeerde een probleem op te lossen dat nog herkenbaar is: veel werk op het web wordt gratis gelezen of bekeken, terwijl het maken ervan tijd kost. De dienst vroeg niet om voor elk artikel afzonderlijk een betaalproces te doorlopen. Door vooraf een budget te kiezen, kon je spontaan waardering tonen zonder telkens opnieuw een prijs af te wegen.
De keerzijde van zo’n model is dat de opbrengst per maker afhangt van hoeveel anderen meedoen en hoe vaak één lezer klikt. Met een klein budget dat over veel makers wordt verdeeld, wordt elke afzonderlijke bijdrage klein. Mijn rekenvoorbeeld uit 2010 legde die verdeling uit; het was geen belofte dat makers er duurzaam van konden leven.
Flattr is geschiedenis
Flattr meldt zelf dat het platform voor microdonaties is gestopt. De bedragen, knoppen en aanmeldinstructies uit het oude artikel zijn dus alleen historische informatie. Wie nu een maker wil steunen, moet kijken welke betaal- of abonnementsoptie die maker zelf aanbiedt. Een directe bijdrage, aankoop of betaald lidmaatschap heeft een ander ritme dan Flattrs gedeelde maandbudget.
Flattr is als dienst verdwenen, maar het experiment blijft interessant. Het stelde een praktische vraag: hoe maak je waardering voor digitaal werk makkelijk genoeg om er daadwerkelijk voor te betalen?