In 2010 schreef ik dat websites hun subdomeinen beter konden benutten. Een adres als webwinkel.voorbeeld.nl kan duidelijk maken dat een bezoeker in een afzonderlijk deel van een site terechtkomt. Dat argument over herkenbaarheid is nog bruikbaar. Mijn oude advies bevatte ook SEO-claims die ik nu anders zou formuleren.
Wanneer helpt een subdomein?
Een subdomein is een deel vóór de hoofddomeinnaam. Het kan een eigen toepassing, taalomgeving of dienst onderscheiden, bijvoorbeeld een helpcentrum of een klantportaal. Voor bezoekers moet vooral duidelijk zijn waar ze naartoe gaan en hoe ze weer terugkomen. Soms is een map, zoals voorbeeld.nl/hulp, eenvoudiger omdat vormgeving, navigatie en beheer dan dichter bij de hoofdsite blijven.
Kies dus op basis van de organisatie van je inhoud en techniek. Een zoekwoord in een subdomein is geen gegarandeerde SEO-voorsprong. Ook is het onjuist om interne links tussen subdomeinen automatisch als externe linkwaarde te tellen. Google beschrijft resultaten van een hoofddomein en zijn subdomein in bepaalde contexten als één site.
Kies één voorkeursadres
Een praktischer aandachtspunt uit mijn oude artikel is dat dezelfde pagina soms op meerdere adressen beschikbaar is, bijvoorbeeld met en zonder www. Dat is op zichzelf geen reden om een straf te verwachten: Google zegt dat dubbele inhoud normaal kan zijn. Toch is één duidelijke voorkeurs-URL prettig voor bezoekers, meten en indexeren. Gebruik waar passend redirects en canonieke signalen om die voorkeur helder te maken.
Controleer daarnaast of beide varianten überhaupt bereikbaar zijn of netjes doorsturen. Als iemand een bekend adres invoert en op een fout uitkomt, is dat een concreet probleem. Mijn huidige vuistregel: gebruik een subdomein als een afzonderlijke functie daar echt duidelijker van wordt, en houd de routes naar je inhoud consequent.
