Blog
Reizen

Basiswoorden voor elke taal

Voordat ik naar een bepaald land reis, probeer ik tien basiswoorden of -zinnen in de plaatselijke taal te leren. Daarmee toon ik respect en kan ik me gemakkelijker redden.

Dit zijn de tien waarmee ik begin:

  1. Hallo
  2. Tot ziens
  3. Dank je wel
  4. Graag gedaan
  5. Hoe gaat het?
  6. Oké
  7. Ja
  8. Nee
  9. Sorry
  10. Alsjeblieft

Met die paar zinnen kom je verrassend ver.

Ik heb een openbare spreadsheet gemaakt met vertalingen voor verschillende landen.

Dezelfde taal kan van plaats tot plaats verschillen. Spaans in Spanje is bijvoorbeeld niet precies hetzelfde als Spaans in Colombia. Kleine verschillen kunnen ertoe doen.

Ik stel de lijst samen met hulp van anderen. Als je een taal goed kent, voeg dan een vertaling voor jouw land toe of verbeter er een die er al staat. Houd het eenvoudig: gebruik de meest gangbare uitdrukking en geef één versie, geen reeks alternatieven.

Zodra een moedertaalspreker een vermelding bevestigt, voeg ik die toe aan de tabel hieronder. Ik hoop dat je er iets aan hebt.


[wpsm_comparison_table id="1" class="hover-col1 center-table-align"]

— GijsBespreek dit artikel