Google Maps is een van mijn favoriete hulpmiddelen op reis. Omdat ik online werk terwijl ik rondreis, kom ik om de paar maanden in een nieuwe stad aan. De app helpt me te kiezen waar ik naartoe ga en te begrijpen hoe plekken zich tot elkaar verhouden.
Ik gebruik de drie soorten opgeslagen plekken zo:
- Sterren voor plekken waar ik ben geweest;
- Vlaggen voor plekken die ik wil bezoeken;
- Hartjes voor plekken waar vrienden wonen.
Het is een eenvoudig systeem, en juist daarom werkt het.
In één oogopslag zie ik welke delen van een stad ik nog niet heb verkend. Als ik een nieuwe plek opsla, zie ik vaak dat er vlakbij nog een andere markering staat. Na verloop van tijd helpt de kaart me te begrijpen hoe straten, pleinen en wijken met elkaar verbonden zijn.
Zo zag mijn kaart van Barcelona er destijds uit:
