Blog
Reizen

Mijn favoriete stad

Vijf jaar geleden ging ik voor het eerst naar Barcelona om er op afstand te werken. Sindsdien ben ik er vijf keer teruggekeerd, dus ik heb de stad inmiddels redelijk goed leren kennen. Dit is mijn persoonlijke gids.

Bekijk eerst deze video. Die laat zien hoe ik me voel telkens als ik aankom.

Barcelona is mijn favoriete stad vanwege:

Er zijn ook nadelen:

  • De zomers kunnen te heet zijn en vol toeristen zitten.
  • Veel mensen blijven maar een paar jaar, waardoor het lastig kan zijn om vriendschappen te onderhouden.
  • De huizenprijzen zijn sterk gestegen, deels door speculatie en Airbnb

Het hele jaar door goed weer

Barcelona heeft een mediterraan klimaat met droge zomers en zachte winters. Het is er het hele jaar door aangenaam weer. Alleen in januari en februari daalt de temperatuur doorgaans onder de 10°C. In de andere maanden heb je overdag vaak geen winterjas nodig. De laagste temperatuur die ik er heb meegemaakt, was 5°C.

De stad heeft ongeveer 300 zonnige dagen per jaar. Daar word ik vrolijker van en daardoor kan ik meer tijd buiten doorbrengen. Al die zon kan me ook helpen om mijn vitamine D-gehalte op peil te houden. De terrassen zijn het hele jaar door druk.

De zomer kan voor mij te heet zijn. De lente en de herfst zijn aangenamer, meestal met temperaturen rond de 18–22°C, en er zijn minder toeristen. Dat zijn de seizoenen die ik zou kiezen.

Het regent niet vaak, maar als het regent, kan het met bakken uit de lucht komen. De gemiddelde neerslag varieert van ongeveer 20 mm in juli tot 91 mm in oktober.

Een taal waar ik van houd

Ik houd van de Spaanse taal. In mijn oren klinkt die prachtig en kun je er nuances mee uitdrukken die in mijn moedertaal anders worden verwoord. Er zijn bijvoorbeeld veel manieren om ‘misschien’ te zeggen, elk met een andere mate van zekerheid. Het Spaans heeft ook een grammaticale wijs, de ‘subjuntivo’, die wordt gebruikt voor wensen, gevoelens, mogelijkheden, oordelen, verplichtingen en gebeurtenissen die nog niet hebben plaatsgevonden.

Ik heb ongeveer 300 uur Spaanse les gevolgd: eerst in een groep, daarna bij een privéleraar Spaans. Inmiddels is mijn niveau best behoorlijk (B2/C1), al klink ik nog een beetje als een robot wanneer ik spreek.

In Catalonië is het Catalaans de standaardtaal op veel borden, in plaatsnamen en op menukaarten. Mensen spreken ook Spaans en met Engels red je je doorgaans wel.

Wijken met elk een eigen karakter

Het centrum heeft acht belangrijke wijken die je tijdens een bezoek waarschijnlijk tegenkomt. Ik ben een soort nomade binnen de stad geweest en heb in vijf ervan gewoond. Elke wijk heeft haar eigen voor- en nadelen.

De Gotische wijk omvat Ramblas, ooit een ontmoetingsplek voor de lokale bevolking, maar nu vol toeristen. Het uitgaansleven is er ook levendig. Dit is het oudste deel van de stad. Het gaat terug tot de Romeinse tijd, toen het Barcino heette. De Romeinse stadsmuren zijn nog te zien en je kunt eromheen wandelen. De meeste toeristen verblijven hier, en dat is een van de redenen waarom ik de wijk meestal mijd.

Naast de Gotische wijk ligt El Born, vlak bij Parque de la Ciudadela en Arco de Triunfo. Het is een prachtige buurt, maar let op je spullen: zelfs overdag op een druk terras kun je worden gerold.

Eixample is het grootste en drukste stadsdeel, met bezienswaardigheden zoals Gaudí’s Sagrada Família, Plaza de España en de Torre Agbar. De naam betekent ‘uitbreiding’ en verwijst naar de groei van de stad buiten Ciutat Vella, dat El Raval, de Gotische wijk, El Born en Barceloneta omvat. Het stratenraster van het oorspronkelijke plan van Ildefons Cerdà is nog altijd zichtbaar, hoewel veel van zijn ideeën nooit zijn uitgevoerd.

El Raval is de levendige, soms chaotische wijk ten westen van Las Ramblas. Ooit stond de wijk bekend om drugsproblemen en heette ze Barrio Chino. Tegenwoordig vind je er een mix van hippe bars en gemeenschappen met wortels in Pakistan en India.

Verder naar het westen ligt Poble Sec, aan de voet van Montjuïc. Er woont een grote Latijns-Amerikaanse gemeenschap en je vindt er Calle Blai, een straat vol pintxosbars.

Poblenou, een rustigere, meer industriële wijk aan de andere kant van de stad, ligt dicht bij het strand en is daardoor duurder. Het is mijn favoriete wijk maar ik heb er nooit gewoond.

Gracia was ooit een zelfstandige plaats. Door de uitbreiding van Eixample raakte ze in de 19e eeuw verbonden met het oude centrum. Met haar drukke bars, restaurants en pleinen voelt ze nog steeds een beetje als een plaats op zichzelf.

Tot slot is er Barceloneta, aan zee. Het ruikt er naar vis. De wijk werd in de 18e eeuw gebouwd om bewoners te huisvesten die moesten vertrekken vanwege de aanleg van Parc de la Ciutadella.

Er is volop te doen

Als je graag de deur uit gaat en op ontdekkingstocht gaat, is er volop te doen: theaters, bioscopen, bars, meer dan 10.000 restaurants, een strand, bezienswaardigheden, musea, winkels, bergen, parken, concerten en voetbal.

Om te zien wat er te doen is, gebruik ik Time Out. Daar vind je elke week een handig overzicht van evenementen.

Een geweldige stad om te fietsen

Barcelona begon in 1990 met de aanleg van fietspaden. Inmiddels is er meer dan 300 km beschikbaar. In combinatie met het weer maakt dat fietsen tot een van de makkelijkste manieren om je te verplaatsen.

Vanuit het centrum kun je de meeste plekken in hooguit 45 minuten per fiets bereiken, vaak sneller dan met het openbaar vervoer.

Gebruik voor je eigen veiligheid de fietspaden. Het verkeer rijdt snel en automobilisten zijn niet altijd gewend aan fietsers op de weg. Ik maak liever een omweg dan dat ik een risico neem.

Bijzondere bezienswaardigheden

Als je op één dag veel wilt zien, zou ik de hop-on-hop-offbus voor toeristen overwegen. Twee bedrijven bieden die aan en allebei lijken ze prima. Een dagkaart kost ongeveer €30 en brengt je langs veel van de belangrijkste bezienswaardigheden. Ik heb er zelf nooit een genomen; ik fiets liever.

Dit zijn de hoogtepunten die ik iemand die voor het eerst komt zou aanraden:

Als je meer tijd hebt, huur dan een fiets bij een van de vele verhuurders. Je kunt de route hierboven volgen en beginnen bij de halte die het dichtst bij je ligt. Of boek een fietstocht met gids, waarbij een fiets is inbegrepen.

Als ik nog meer tijd had, zou ik ook deze plekken bezoeken:

Een paar minder bekende plekken die niet in elke gids staan, zijn La Xampanyería (om te eten), Bunkers del Carmel (voor het uitzicht), La tasqueta de Blai (voor pinchos), 1881 per Sagradi (voor een dakterras bij de haven) en Barceló Raval (voor nog een uitzicht vanaf een dakterras).

Een strand in de stad

Barcelona is een van de weinige grote Europese steden met een strand binnen de stad. Dat is een groot pluspunt. Vanuit het centrum fiets ik er in 10–15 minuten naartoe, ontspan ik een uurtje en ga ik weer aan het werk.

Het strand is kunstmatig aangelegd. Het werd aangelegd voor de Olympische Zomerspelen van 1992. De Spelen brachten grote veranderingen voor de stad met zich mee en veranderden een groot deel van de infrastructuur. Daarvoor waren de huidige strandgebieden vervallen.

Het water is niet bijzonder schoon, maar in de zomer wel warm. Je kunt er ook surfles nemen, zoals ik heb gedaan. Helaas zijn er zelden golven, dus ik heb nog steeds niet leren surfen.

Mensen uit allerlei culturen

Barcelona is een goede plek om mensen uit verschillende culturen te ontmoeten. Ze komen van over de hele wereld, vooral uit Latijns-Amerika en Azië, maar ook uit andere delen van Europa. Toen ik er woonde, raakte ik bevriend met mensen uit Polen, Italië, Nederland, Duitsland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Rusland, de Dominicaanse Republiek, Bolivia, Colombia, Chili, Argentinië, Brazilië, Peru, de Verenigde Staten, Guatemala, Mexico en Turkije. En ik weet zeker dat ik een paar landen ben vergeten.

Mijn favoriete voetbalclub

En tot slot is er Barça: de voetbalclub, niet de stad, die door inwoners soms ‘Barna’ wordt genoemd. Het is een van de grootste clubs ter wereld en speelde destijds in het grootste stadion van Europa (Camp Nou).

Destijds dacht ik dat ik nog een paar jaar de tijd had om de beste speler ooit te zien spelen.

Kaartjes kostten toen vanaf ongeveer €30, afhankelijk van de tegenstander. Voor El Clásico tegen Real Madrid kon je €1.000 of meer betalen.

Je kunt kaartjes het beste kopen via de officiële website van FC Barcelona. Ik vond er meestal nog kaartjes, zelfs als een wedstrijd bijna uitverkocht leek. Doorverkoopsites zoals Viagogo konden duur zijn.

Mijn liedje voor Barcelona

Ik kies één liedje dat mijn herinneringen aan elke plek waar ik verblijf vertegenwoordigt. Voor Barcelona moet dat natuurlijk Rumbla de Barcelona van Manu Chao zijn.

— GijsBespreek dit artikel